Wanneer is het coronavirus niet meer allesbepalend voor onze samenleving? Minister Hugo de Jonge schetste de ultieme stip op de horizon: ‘Dat is uiteindelijk pas als er een vaccin is.’ Hij geeft de fases aan waarmee we te maken hebben. Eerst was er de uitbraakfase, toen de overgangsfase waar we nu in zitten en we gaan naar de controlefase. Het coronavirus blijft onze samenleving voorlopig bepalen. We gaan naar het ‘nieuwe normaal’, waarin we met allerlei aanpassingen zoveel mogelijk het gewone leven kunnen leiden.

Controlefase vraagt om herinrichting

De routekaart van premier Rutte geeft met alle mitsen en maren aan: vanaf 1 juli kunnen er weer kerkdiensten gehouden worden met inachtneming van anderhalve meter afstand en een maximum van 100 mensen. Tot die tijd blijft de situatie zoals die nu is: samenkomsten tot 30 aanwezigen met name bedoeld voor uitvaarten en huwelijksbevestigingen.

Het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) heeft het over ‘voorzichtig proberen’ in de periode van 1 juni tot 1 juli (zie ook CIOWEB).

Onze suggestie is, dat mensen die een taak krijgen bij het vormgeven van de anderhalve-meterkerkdienst betrokken worden bij de zondagen in deze periode. Zodat je kunt leren evalueren en bijstellen. De verruiming daarna, vanaf 1 juli, geeft meer mogelijkheden.

Tegelijk hebben de adviezen voor beide periodes (respectievelijk van 1 juni tot 1 juli en vanaf 1 juli) grote consequenties die de kerkdiensten raken en die vragen om een herinrichting van het hele kerkelijk leven. En het is onzeker hoe lang deze tussenfase duurt. De Jonge: ‘Optimisten zeggen een jaar, pessimisten denken aan jaren. De waarheid zal ergens in het midden liggen.’

We zullen er dus van moeten uitgaan dat we het hele seizoen 2020-2021 hiermee te maken hebben.

Met elkaar doen – is een keuze

We moeten dit samen doen’ is steeds het motto van de regering. Kerken zijn samenwerkingspartner voor de overheid om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te beperken en hebben daarbij een voorbeeldfunctie.

Het zal raar voelen om als ‘broers en zussen’ afstand van elkaar te houden. In de kerk zijn we toch ‘onder ons’? Juist daarom is het belangrijk om samen in de kerk niet alleen de routing en structuur te veranderen, maar ook te werken aan de cultuur. Om hier echt voor te kiezen en dat naar elkaar uit te spreken. Om elkaar tot voorbeeld te zijn, hoe raar het ook voelt. Anders gaat het niet werken, met alle risico’s van dien. Of met als gevolg dat kosters en kerkenraadsleden in de rol van handhaver worden gedwongen.

Herinrichting van het hele gemeente-zijn

Het ‘nieuwe normaal’ vraagt daarom een herinrichting en doordenking, die verder reikt dan kerkdiensten. De maatregelen – maar ook de gevolgen van de crisis – raken de pastorale en diaconale zorg, het jeugdwerk, het missionaire werk, de verenigingen, de wijkteams, de huisgroepen. Welke processen zijn er normaal gesproken en hoe kun je die nu zorgvuldig en veilig inrichten?

Centrale samenkomst

De aangekondigde verruiming blijft een enorme beperking, vergeleken met de tijd voor de coronacrisis. Het is puzzelen met ruimte. Kerkgebouwen met losse stoelen bieden andere mogelijkheden dan ruimtes met vaste kerkbanken. Bij een anderhalvemeter-scenario kan rond de 20% van de maximumcapaciteit van een kerkgebouw benut worden (zie ook ons eerdere artikel over kerk-zijn in een anderhalve-metersamenleving).

Een groot kerkgebouw met bijvoorbeeld 600 zitplaatsen is vanaf 1 juli beperkt tot maximaal 100 aanwezigen. In een gebouw met 100 zitplaatsen kunnen dan ongeveer 20-30 mensen terecht. Dat betekent voor veel gemeenten, dat slechts een deel van de gemeente – bij toerbeurt – de zondagse dienst kan meemaken. Een ander deel blijft dus thuis. Welk effect heeft dit op degenen die niet bij de kerkdienst in het gebouw kunnen, mogen of willen zijn?

Afhaakmoment

Er zijn mensen die lyrisch spreken over hoge ‘kijkcijfers’ van de online-diensten. Ja, er zijn kansen, maar… deze fase kan achteraf ook een afhaakmoment blijken voor mensen die zich toch al minder betrokken voelden bij de kerk of bij het geloof. Het is de vraag of de vorm van de online kerkdiensten aansluit bij kinderen en jongeren. En wat betekenen protocollen voor kwetsbare groepen, voor mensen die ziek zijn of beperkt, die ouder zijn? Het kan zijn dat sommige mensen die best mobiel zijn, toch lange tijd of misschien nooit meer naar het kerkgebouw kunnen komen.

Hybride

Deze tijd vraagt om ómdenken. Als mensen niet naar de kerk kunnen komen, zijn er dan manieren te bedenken waardoor de kerk – waardoor Jezus – meer onder de mensen komt? Zouden we kerk-zijn vorm kunnen geven door centraal bijeen te komen én in de huizen? Het is een gedachte die aansluit bij de hybride vorm waarin de eerste gemeente bij elkaar kwam in de tempel én van huis tot huis (Handelingen 2:46 HSV).

Samenkomen in de huizen

Een belangrijke vraag bij het inrichten van centrale kerkdiensten en mee-kijkers in de huizen: willen we dat mensen individueel, als stel of met het eigen gezin een online kerkdienst bekijken? Of kunnen we samenkomen in de huizen tijdens en rond de kerkdienst?

We kunnen mensen stimuleren om samen – met inachtneming van alle voorschriften – met kleine groepjes de zondagse viering te volgen in een huiskamer. Er mogen op dit moment 3 mensen op bezoek komen.

Deze vorm van samenkomen biedt ook andere mogelijkheden. Denk aan een verhaal of werkvorm voor kinderen, of een moment om in de huiskamer door te praten of te bidden. Onderling contact in de wijk kan hierdoor versterkt worden en gasten kunnen gemakkelijk meedoen. Maar de belangrijkste waarde is verbondenheid en het samen gemeenschap zijn. Dat mensen die alleen of ouder zijn op zondag niet alleen de kerkdienst bekijken, maar echte verbondenheid ervaren. De adviezen zijn nu nog om oudere en kwetsbare mensen niet te bezoeken of dat er bij sociaal isolement 1 of 2 vaste personen op bezoek komen. We verwachten dat er qua bezoek gaandeweg meer mogelijk wordt. Je kunt dan binnen een wijk afspreken wie met wie samenkomt, of dat familieleden bij toerbeurt samen met hun ouder(s) kijken.

Groepsgroottes verschuiven

Vanuit sociologisch perspectief zien we in de Bijbel een aantal groepsgroottes. Zo stond Jezus in relatie tot een menigte mensen. Hij sprak groepen van honderd tot duizenden mensen toe in de synagoge of in de openluchtsamenkomsten (de publieke ruimte 100+). Er was een groep van 70 leerlingen (de sociale ruimte van 15-70 personen) die ook aansluit bij de indeling in groepen van 50 die Jetro aan Mozes adviseerde (Exodus 18:21). Nog dichter bij Jezus stond de groep van 12 discipelen (persoonlijke ruimte 5-15 personen) en had Hij een intense relatie met Petrus, Johannes en Jakobus (intieme ruimte 2-4 personen).

Doordat de fysieke afstand tussen mensen anderhalve meter moet zijn, vermindert de capaciteit van een kerkgebouw, van zaaltjes en ook van een huiskamer. Elke groepsgrootte heeft een eigen functie en dynamiek en dat verschuift nu dus.
De publieke ruimte wordt bijvoorbeeld de sociale ruimte. Daardoor ga je dingen missen. Het geeft ook mogelijkheden. De kerkzaal die als publieke ruimte fungeerde en waar 300 mensen terecht konden, zal in een nieuwe situatie een groep van 50-70 mensen kunnen huisvesten. Die groepsgrootte heeft meer mogelijkheden tot interactie en het kennen van elkaar bij naam.
Een huiskamer waar je met 15 mensen gezellig bij elkaar kon zitten, daar kun je in de anderhalve meter samenleving maar met 3-5 personen bij elkaar komen.

Een wijkkring of een Bijbelstudiegroep kan in een grotere zaal gaan zitten, in kleinere groepjes samenkomen, online samenkomen of misschien wordt het wel een mix hiervan. Het zal hoe dan ook wennen zijn. Tegelijk biedt het mogelijkheden om te komen tot meer verbinding met elkaar en met God. Als je in kleinere groepen samenkomt, kunnen gesprekken persoonlijker worden.

Let op de persoonlijke aandacht

Bij deze herinrichting zal uiteindelijk de persoonlijke aandacht bepalen of mensen zich gezien en verbonden voelen met de kerk. Hoe geef je dat vorm? Contact werd in de eerste periode van de crisis vooral gelegd via telefoon, raambezoek, beeldbellen, mail. En er worden weer brieven geschreven. Toch is er behoefte aan ontmoeting en dieper contact, waarbij je in elkaars omgeving bent en elkaar kunt aankijken.

Op bezoek? Check

De kappers worden door de premier vaak als voorbeeld genoemd. De procedure wordt: eerst bellen voor een afspraak en daarbij een check doen. Dat kun je als predikant en gemeenteleden ook afspreken: wij gaan niet onaangekondigd bij elkaar op bezoek. Stem eerst af: Wat vind je, is het gewenst en vinden we het risico verantwoord om een afspraak te maken? Maak afspraken over het aantal mensen in een kamer, rekening houdend met anderhalve meter afstand en let op alle hygiënische punten die de overheid benadrukt.

Het in contact blijven met elkaar is belangrijk. Hoe kunnen we een helper zijn, juist nu mensen – binnen en buiten de kerk – de gevolgen van de coronacrisis ervaren: in hun relatie, in hun werk, in de financiële situatie of omdat afspraken en vakanties niet doorgaan. Wees er scherp op, of er onderling voldoende zorg en aandacht is in de wijken, of dat goed wordt gecoördineerd.

Visie en protocollen voor groepsgroottes

Bij het doordenken van kerk-zijn in een anderhalvemeter-samenleving hebben we te maken met persoonlijk contact bij bezoekwerk en met de verschillende groepsgroottes, die samenkomen in het kerkgebouw en in de huizen. Denk ook aan verenigingen, catechese, jeugdwerk en allerlei vergaderingen en commissies. Landelijk zullen we in afstemming met andere kerkverbanden basisprotocollen aanreiken.

Maar neem vooral ook de tijd om als plaatselijke gemeente goed na te denken en ervoor te bidden: wat zien we in de gemeente gebeuren en welk verlangen geeft God ons voor de toekomst? Wat is onze visie op kerk-zijn en hoe passen we die toe in deze tijd? Blijven we voldoende verbonden met elkaar, is iedereen in beeld? Hoe gaat het met specifieke groepen? Wat vinden we belangrijke waarden in hoe we kerk-zijn in deze fase vormgeven? Zetten we vooral in op de kerkdiensten of gaan we parallel stimuleren dat mensen met kleine groepjes in de huiskamer bij elkaar komen?

Zingen en bezinnen

Het lijkt erop dat de maatregelen niet alleen de capaciteit van het gebouw raken of afstand bij ontmoeting, maar ook de liturgische mogelijkheden. Premier Rutte: ‘Zelf gelovig zijnde moet ik hier een ongemakkelijk punt neerleggen. Dat is dat plekken waar mensen luid schreeuwen, zoals in een stadion en zingen in een kerk, dat dat plekken zijn waar het virus graag is. Dus we gaan hier op geen enkele manier mee marchanderen.’

Het zingen van de lof Gods is kenmerkend voor joodse gemeenschappen en voor de christelijke kerken. Een kerkdienst zonder samenzang is niet goed voor te stellen. Toch is het juist in het suizen van een zachte stilte dat Elia (1 Koningen 19:12) de stem van God verstaat en lezen we dat Zacharias een tijdje zijn mond moet houden vanwege zijn ongeloof (Lucas 1:20).

Als we niet mogen zingen, zijn er dan andere vormen van antwoorden, zoals het luisteren naar muziek, het samen uitspreken van het amen of de geloofsbelijdenis? Zou de stilte meer een plek kunnen krijgen? Om in deze tijd wel met elkaar te blijven vieren en daarbinnen momenten te hebben van bezinning en van inkeer. Een tijd waarin we intens luisteren naar het Woord, we op verrassende ándere manieren verbonden blijven met elkaar en we God aanbidden vanuit onze vernieuwde levensstijl.

Met elkaar verbonden

Het is een klus en een verantwoordelijkheid om dit als plaatselijke kerk in te richten. Daar waar mogelijk willen we vanuit het Dienstenbureau uitzoeken, ondersteunen, verbinden, helpen. Dus mail verbinding@cgk.nl de goede voorbeelden, vragen gedachten, knelpunten. Om elkaar te helpen en verbonden te blijven.

Tags

Niet in de kerk, maar toch samen!

Bezoekers spreiden over de kerkdiensten

Online kerkdienst uitnodigingssysteem!